STADSWERK / NIEUWS / #9 / NOVEMBER 09
Run op kavels in Almere
31 miljoen voor herontwikkeling stadshavens
Discussie verruiming lokale belastingheffing
Column:
Kennis als kostenbesparing
Door Maarten Wispelwey regioarcheoloog, Regio Noord Veluwe

Archeologie is een werkveld waar gemeenten sinds de inwerkingtreding van de nieuwe monumentenwet (2007) meer dan voorheen voor verantwoordelijk zijn. Gemeenten dienen in bestemmingplannen rekening te houden met archeologische waarden en aan te geven hoe zij verantwoord met die waarden omgaan. Om een verantwoord archeologiebeleid te voeren is het in huis hebben van kennis aan te bevelen. Archeologie is namelijk niet een werkveld waar je met een eenvoudig rekenmodelletje beleid op voert en daar transparante regels voor formuleert.
Uit ervaring weet ik dat gemeenten zonder een gemeente- of regioarcheoloog vaak onnodige onderzoeken gelasten. Veel gemeenten hanteren de wettelijke norm van 100 vierkante meter voor gebieden met een hoge en gemiddelde verwachtingswaarde en verlangt daarom een archeologisch onderzoek wanneer de beoogde bodemingreep voor een nieuwe ontwikkeling boven die 100 vierkante meter uitkomt. Hierbij wordt veelal gebruik gemaakt van de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Dit is een signaleringskaart op landelijk niveau en niet bruikbaar voor gemeentelijk beleid. Een ambtenaar die verantwoordelijk is voor de archeologie maar er geen kennis van heeft, kun je niet afrekenen op het feit dat er veel onnodige onderzoeken worden uitgevoerd die doorbelast worden aan de initiatiefnemer.
Het hebben van een eigen gemeentelijke verwachtingskaart is een vereiste om een goed archeologiebeleid te kunnen voeren. Archeologie is namelijk maatwerk! Elk bodemtype herbergt zijn eigen archeologische sporen. En elke periode vereist een eigen manier van onderzoek. Daarnaast is het belangrijk om te kijken naar wat er ontwikkeld gaat worden en ook hoe. Een grote legkippenschuur met een omvang van ruim 1.000 vierkante meter komt snel in aanmerking voor een archeologisch onderzoek. Maar als er gekeken wordt hoe dit bouwwerk gefundeerd gaat worden, blijkt dat door het gebruik van een staalfundering slechts een beperkt aantal vierkante meters grond daadwerkelijk geroerd gaat worden. Een gemeentearcheoloog zal in dit geval al snel aangeven dat er geen onderzoek nodig is. Een commercieel bureau daarentegen zal niet gauw aangeven dat het onnodig is om ergens een onderzoek uit te voeren. U vraagt, wij draaien. En voor je het weet heb je honderd rapporten in de kast staan en met de inhoud wordt niets gedaan. Door een archeoloog in dienst te nemen of te betrekken vanuit een naburige gemeente met een archeoloog houd je de opgedane kennis van onderzoeken in huis en kun je die wijselijk inzetten bij nieuwe initiatieven. Op die manier kun je de kennis ook hergebruiken voor nieuwe projecten of voor aanverwante werkvelden (natuur, groen, stedenbouw, milieu). En pak je ook nog eens de kans om kosten te besparen.
Kennis als inspiratiebron
Bij gemeenten is er waarschijnlijk meer een gebrek aan kennis over archeologie dan over ruimtelijke ordening. Archeologie is dan ook een beetje een vreemde eend in de bijt. Maar de archeologie heeft zonder enige twijfel een meerwaarde voor de ruimtelijke ordening. Archeologie is een vak dat bij uitstek kijkt naar landschap en hoe dat landschap zich in de loop der eeuwen ontwikkeld heeft. Zodoende is er bij archeologen veel kennis aanwezig over de bouwstenen die mede de ruimtelijke kwaliteit bepalen. En die kun je overal inzetten. Een bouwlocatie of plangebied wordt door mensen uit de RO-hoek regelmatig gezien als ‘tabula rasa’. We slopen eerst alles en dan gaan we iets nieuws bouwen. Er wordt te vaak voorbij gegaan aan de identiteit van zo’n plek wat kan resulteren in een negatieve publieke pers. Terwijl je met gebruikmaking van het verhaal achter een locatie iets nieuws kunt bouwen in de sfeer van die plek. Nieuwbouw wordt dan veel sneller geaccepteerd. De archeoloog levert de bouwstenen aan voor dit verhaal. Het in huis hebben van archeologische kennis heeft zodoende een groot voordeel. Als gemeente heb je een archeoloog niet alleen voor de archeologische vraagstukken nodig, maar die kun je veel breder binnen het RO-proces inzetten. Archeologie leent zich ook goed voor de input bij natuurontwikkelingspojecten, beeldkwaliteitsplannen en als onderlegger bij divers gemeentelijk beleid zoals bijvoorbeeld het welstandsbeleid of het beleid dat een gemeente voert voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) of nieuwe landgoederen. De archeoloog kan als geen ander inzichtelijk maken welk verhaal of welke identiteit achter een gebied zit verborgen. En wanneer je die ruimtelijke kwaliteit in beeld hebt, kun je er vervolgens ook op de juiste manier mee omgaan: behoud door ontwikkeling. Kortom, de archeoloog is multi inzetbaar!
Stelling: Bij gemeenten worden kansen gemist omdat er te weinig kennis is over archeologie en ruimtelijke ordening
Robbert Blijleven, Adviseur Ruimtelijke Ordening en Cultuurhistorie (Tauw)
Inderdaad, er worden veel kansen gemist bij het gebruiken van archeologie in de ruimtelijke inrichting. In mijn beleving ligt dit probleem echter niet bij het inhoudelijke kennisniveau van gemeentelijke medewerkers. Bovendien maken veel gemeenten gebruik van de kennis van plaatselijke historici die volledig op de hoogte zijn van de lokale geschiedenis. Kunst voor gemeenten is om met behulp van deze informatie een maakbaar project te maken. Kansen worden gemist wanneer archeologie niet de juiste plaats krijgt in de planvorming en van ondergeschikt belang wordt gezien. Archeologie is geen leuke bijkomstigheid maar heeft veel potentie als sterke drager van beleid en ontwerp.
Jan Rouwendal, Universitair Hoofddocent (Afdeling Ruimtelijke Economie, VU)
Eens. De stelling is negatief geformuleerd, maar kan op positieve wijze geherformuleerd worden: er liggen veel kansen als meer wordt gedaan aan opwaardering en integratie van de kennis over archeologie en openbare ruimte. Besef van de cultuurhistorische waarde van monumenten is nog wat anders dan zicht op de mogelijkheden die zij bieden om de stad aantrekkelijker te maken voor de bewoners van 2010. Een integrale benadering waarbij de kosten zowel als de opbrengsten van beleid ten aanzien van cultureel erfgoed helder in beeld komen, is nodig om die kansen te grijpen.
(Met medewerking van Mark van Duijn, Karima Kourtit, Ruben van Loon en Peter Nijkamp, allen werkzaam bij de VU)
Milo Verhamm, projectarcheoloog (gemeente Amersfoort)
De afwezigheid van kennis over archeologie en ruimtelijke ordening is overkomelijk, als de drang naar een goed beheer van het cultureel erfgoed wél aanwezig is! Zodra een gemeente een beroep doet op bijvoorbeeld historische verenigingen, amateur-archeologen en hobbyisten blijkt vaak hoeveel kennis er in een gemeente aanwezig is op het gebied van de archeologie. Zij beschikken namelijk veelal over de basisgegevens die nodig zijn om het archeologisch erfgoed in een gemeente goed in kaart te brengen. Zodra deze stap eenmaal is gezet, zijn er genoeg actoren die de vervolgstappen - de daadwerkelijke bescherming door een goede planologische procesbegeleiding - kunnen uitstippelen. Het probleem zit hem mijns inziens niet zozeer in een gebrek aan kennis, maar in een eenduidig en helder beleid. Een gemeente moet zorg dragen voor haar eigen cultureel erfgoed, maar om hier daadwerkelijk uitvoering aan te kunnen geven, moeten zaken als een goed vergunningenstelsel, archeo-proof bestemmingsplannen en handhaving eerst geregeld zijn. Het aanstellen van een vast contactpersoon archeologie, of het aangaan van regionale overeenkomsten is hierbij een grote stap in de goede richting naar een beter erfgoedbeleid.
Run op kavels in Almere
Met 600 bezoekers was de vierde ‘IkbouwbetaalbaarinAlmere’-informatiemarkt (IbbA), in het Almeerse Stadhuis, wederom een succes. Er was grote belangstelling voor de 105 nieuwe betaalbare kavels. Ongeveer 250 mensen hebben zich aangemeld voor de inschrijving en via de website hebben ruim 800 mensen aangegeven geïnteresseerd te zijn. Bijna dertig bedrijven - architecten, bouwbedrijven en aannemers - boden een breed scala aan mogelijkheden om een eigen woning te bouwen. ‘De diversiteit krijgt daarmee kleur, en er ontstaat een economie van onderop. Het gaat nu om een veelvoud van kleinschalige initiatieven. Voor de toekomstige koper is deze crisistijd dan ook profijtelijk. Het aanbod is groter en ruimer en heeft een prijsdrukkend effect’, aldus wethouder Duivesteijn. De inschrijftermijn voor de 105 nieuwe IbbA-kavels sluit op 1 december 2009 en is bedoeld voor mensen met een bruto jaarinkomen tussen de 22.000 en 36.500 euro.
Informatie: www.ikbouwbetaalbaar.nl.
Naar boven
31 miljoen voor herontwikkeling stadshavens
Het kabinet steekt 31 miljoen euro uit het Nota Ruimte-budget bestemd voor gebiedsontwikkelings-projecten van nationaal belang, in de herontwikkeling van de Rotterdamse Stadshavens. Dit maakte minister Cramer van Ruimte en Milieu bekend tijdens de opening van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij-campus - een op duurzaamheid gerichte proeftuin voor onderwijs en innovatief ondernemerschap. De Stadshavens zijn daarmee het toneel van de grootste en meest duurzame binnenstedelijke herstructurering van Nederland. Maar liefst 1600 hectare aan havengebied krijgt deels een nieuwe bestemming als duurzame en klimaatneutrale hotspot voor hoogwaardige woningbouw, kennisinstellingen, recreatie en creatieve bedrijvigheid zoals Dnamo inubator waar jonge startende ondernemers met een innovatief en duurzaam business idee terechtkunnen voor werkruimte, begeleiding en een netwerk. De bereikbaarheid van het gebied wordt ook verbeterd door onder meer een ondergrondse parkeergarage en een hoogwaardig netwerk van fiets- en wandelpaden. De bedoeling is dat de Stadshavens als geheel energieneutraal worden. Hierdoor verbetert zowel de leefbaarheid, als de internationale concurrentiepositie van de Rotterdamse Mainport en wordt het Cultureel erfgoed behouden
Naar boven
Discussie verruiming lokale belastingheffing
Aan het lokale belastinggebied wordt conform afspraak, volgens Staatssecretaris Bijleveld (Binnenlandse Zaken) deze kabinetsperiode niet meer gesleuteld. Dit is zeer tegen de zin van de Raad van State en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Volgens VNG-woordvoerster Zuidema betreft het een eenzijdige mededeling van de staatssecretaris. ‘Wij hebben die brief ter kennisgeving aangenomen. De VNG wil wel degelijk nog in de huidige kabinetsperiode spijkers met koppen slaan en beroept zich op het in 2007 gesloten coalitieakkoord dat een verruiming van het lokale belastinggebied voorstaat’. De eigen belastinginkomsten - 30 tot 40 procent - dienen weer een substantiële inkomstenbron te worden waardoor gemeenten als autonome bestuurslaag zelf keuzes kunnen maken. Dat vindt ook de Raad van State in haar rapportage over interbestuurlijke verhoudingen (decentraal moet, tenzij het alleen centraal kan). Als meer taken worden overgedragen aan gemeenten ‘moeten de eigen financiële inkomsten daarmee enigermate gelijke tred houden’, stelt de Raad. ‘Die discussie kan niet uitgesteld blijven worden.’
(Bron: Binnenlands Bestuur)
Naar boven