Bent u professional op het gebied van de fysieke leefomgeving? Dan is dit uw vereniging! Word NU lid van Stadswerk! Klik hier |
|||||||||||
|
STADSWERK / NIEUWS / #10 / DECEMBER09 Daadkrachtige samenwerking voor waterveiligheid
Nederland moet niet wachten op de volgende watersnoodramp, maar nu met daadkracht gezamenlijk vanuit een cultuurhistorisch besef optreden tegen de klimaateffecten. Dat is de belangrijkste uitkomst van het symposium ‘Waterrijk Nederland vijftig jaar na nu’, dat de Nederlandse Vereniging van Rentmeesters (NVR) recentelijk organiseerde. ‘Het is vijf voor twaalf en het water staat aan onze lippen’, aldus NVR voorzitter Jippes. Waterveiligheid eist daadkracht van de overheid met één rijksoverheid en één professionele projectorganisatie. Hiertoe kan volgens voormalig VROM-minister Dekker ook een aantal ministeries samengevoegd worden zodat één ministerie zich over de wateropgave ontfermt. Minder waterschappen, ontheffing van gemeenten en provincies van hun watertaken bevorderen de efficiëntie in financiële en bestuurlijke aspecten en kan jaarlijks honderden miljoenen euro’s opleveren. Ondanks de crisis waardoor er 100 miljoen minder is voor waterbeheer zal de Deltawet in ieder geval begin volgend jaar in de Tweede Kamer worden behandeld want vindt CDA-Tweede Kamerlid Koppejan, ‘waterveiligheid moet gewoon hoog op de politieke agenda gezet worden’. Verbetering maatschappelijke kosten-batenanalysen wenselijk |
Adri Duivesteijn, wethouder Ruimtelijke Ordening in Almere, roept partijen op de MKBA-systematiek (Maatschappelijke Kosten/Baten Analyse) te verbeteren als het gaat om besluitvorming over grootschalige gebiedsontwikkeling. Aanleiding is de negatieve MKBA die het Centraal Planbureau onlangs voor de westelijke ontwikkeling van Almere opstelde. Het kabinet heeft zich - tegen de uitkomst van het CPB in - uitgesproken vóór deze ontwikkelingsrichting, waar ook de IJmeerlijn deel van uitmaakt. De MKBA moet dan wel eerst substantieel verbeteren. Duivesteijn: 'Voor de ‘casus Almere’ is het van belang dat de eenzijdige benadering wordt doorbroken. Er wordt alleen gekeken naar de kosten van de IJmeerlijn, naar cijfers. Maar kan de geplande stedelijke opzet zonder OV-verbinding worden afgezet? Wat betekent de westelijke ontwikkeling voor zowel de Metropoolregio Amsterdam als voor de stad Almere?' Kwalitatieve en maatschappelijke overwegingen blijven in de besluitvorming veelal buiten beeld en moeten in volgende analyses juist wél worden meegenomen. 'De verbetering van de methodiek is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ik roep betrokken partijen dan ook op het congres samen met ons te organiseren. Bouw- en infraprojecten kunnen goedkoper De overheid kan 70 procent besparen op bouw- en infraprojecten, als ze het aan de aannemers over laat om de oplossing voor het probleem te bedenken. Dat stelde hoogleraar de Ridder tijdens het eerste Infra Symposium ‘Van tekening tot kunstwerk’ dat kenniscentrum Fundeon organiseerde. 'Opdrachtgevers, zoals de overheid, moeten zorgen dat de bedrijven in de bouw- en infrasector geprikkeld worden om innovatief te zijn door opdrachten niet alleen op basis van prijs te gunnen, maar vooral te kijken naar factoren als kwaliteit, duurzaamheid en het beperken van overlast. Dat maakt de productie goedkoper en de opdrachtgever kan dat product afnemen dat voldoet aan zijn eisen.' Van Breukelen van Rijkswaterstaat, ondersteunde het betoog door de nieuwe aanbestedingswijze van zijn organisatie toe te lichten. 'Bij de aanleg van de A2 door Maastricht hebben we alleen een aantal top-eisen neergelegd. Tegen de opdrachtnemers hebben we gezegd ‘kom met voorstellen’. Dat heeft heel verschillende opties opgeleverd waaruit wij konden kiezen. Als het bij zo een grootschalig project kan, kan het zeker bij kleine projecten Column: Het waterplan van Delft Door Hans Middendorp, senior consultant bij Aquaplanning Auaplanning
Inmiddels hebben de meeste gemeenten wel een waterplan vastgesteld. Maar hoe staat het met de uitvoering van de maatregelen, en hoe wordt het werk verdeeld tussen de gemeente en het waterschap? Is er een gevoel van urgentie? En hoe verloopt de uitvoering, in hechte samenwerking of toch ieder voor zich? Tijdens het jaarcongres van Stadswerk op 21 januari verzorgt BALANCE Project- en Interim Management een workshop, waarin zowel de gemeente Delft als het hoogheemraadschap van Delfland hun kant van het verhaal vertellen. Delft was één van de eerste gemeenten die een waterplan had vastgesteld, compleet met tientallen uitvoeringsmaatregelen. Een spectaculair onderdeel van het waterplan van Delft is het veranderen van de binnenstad van Delft in een polder, door het plaatsten van afsluitbare stuwen aan het einde van de grachten zonder afbreuk te doen aan de historische uitstraling. Zowel Delft als Delfland gingen vol enthousiasme en goede intenties van start. Toch zijn er regelmatig hobbels in de samenwerking. Sommige maatregelen bleken onvoldoende doordacht en moesten opnieuw worden uitgewerkt. Bij de betaling van aannemers bleek dat Delft als gemeente is vrijgesteld van BTW-betalingen, maar het hoogheemraadschap niet. Kortom: het uitvoeringsbudget moest tussentijds een paar keer flink worden verhoogd. Ook bleek de ambtelijke cultuur van beide organisaties behoorlijk verschillend, waardoor er regelmatig ruis ontstaat in de communicatie. En met de eerste de beste hoosbui bleken sommige stuwen nog niet goed te werken, zodat in sommige grachten het water toch weer over de rand klotste, met boze burgers tot gevolg. Tijdens de workshop worden een aantal stellingen geponeerd, waarover de deelnemers kunnen stemmen. En hoe verloopt de implementatie in andere gemeenten? Deelnemers worden uitgenodigd om ook hun eigen oplossingen in te brengen in de discussie. Stelling: Gemeenten nemen voldoende maatregelen om duurzaam en veilig waterbeheer te waarborgen. Jan Spit en Ewald Oude Luttikhuis MWH Nederland Gedeeltelijk mee eens, de gemeenten voldoen keurig aan datgene wat in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is afgesproken. Er zijn voorlopende gemeenten die extra aandacht besteden aan de aspecten duurzaamheid en veiligheid. Zij rekenen het rioleringssysteem door met de intensievere ‘regenbui van de toekomst’. Wat betreft veiligheid is er nog een wereld te winnen. Anders dan de waterschappen zijn de gemeenten vrij om te kiezen of ze maatregelen willen nemen tegen schade ten gevolge van een regenbui die eens in de honderd jaar voorkomt. De meeste gemeenten hebben deze beleidskeuze nog steeds niet gemaakt. Dit is een gemiste kans: uit MWH onderzoek blijkt dat de meerkosten gering zijn, mits de keuze tijdig gemaakt wordt. Jochem Garthoff (Nelen & Schuurmans) Dat geldt niet voor alle gemeenten. Bij veel (kleinere) gemeenten ontbreekt het aan expertise op het gebied van water (begrijpelijk want er zijn veel meer onderwerpen dan water waar een gemeente zich mee bezig houdt). Hierdoor worden strategie en bijbehorende maatregelen overgenomen die het betrokken waterschap veelal op basis van een (landelijke) normatieve toetsing, zoals het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW), formuleert. Voldoen aan een landelijk bepaalde norm, geeft nog geen inzicht in de kosteneffectiviteit, doelmatigheid en daarmee duurzaamheid van maatregelen. Vandaar dat het NBW actueel ook insteekt op een meer lokale benadering, waarbij het in kaart brengen van risico's op verschillende vormen van bijvoorbeeld wateroverlast centraal staat. Effectiviteit van lokale maatregelen kan dan worden gewogen op basis van het reduceren van de risico's op wateroverlast, droogte, slechte waterkwaliteit, etc. Dit vraagt om een andere benadering van waterkwaliteits- en waterkwantiteitsvraagstukken, zowel bij waterschap als gemeente. Gemeenten die geen eigen expertise in huis hebben en betrokken zijn bij waterschappen die zich deze benadering nog eigen moeten maken, zullen dus minder snel geneigd zijn om doelmatige en daarmee duurzame (lees verantwoorde kosten-batenverhouding) maatregelen te treffen. Voor de duidelijkheid: dit is geen onwil, maar het ontbreken van kennis. Corné Nijburg (Leven met Water) Levenmetwater Ik ben het eens met de stelling als we naar de korte termijn kijken. Gemeenten voeren voldoende maatregelen uit om wateroverlast te beperken. Voor de lange termijn ben ik het niet met de stelling eens. De maatregelen om wateroverlast in stedelijk gebied voor de lange termijn te beperken zijn zeer ingrijpend en kostbaar. Gemeenten kijken nog te weinig naar de lange termijn en anticiperen daar nog onvoldoende op. Bij stedelijke herinrichting zijn er unieke kansen om op een betaalbare wijze maatregelen voor de lange termijn mee te laten liften. Door het combineren van allerlei functies met waterberging. Dat is een complexe opgave en vraagt om participatie van veel verschillende belanghebbenden. Maar de kennis hiervoor is wel beschikbaar. |
|
|||||||||