ACTUEEL
DE VERENIGING
MEET & GREET
WORD LID
CARRIERE
TIJDSCHRIFT

Aanpak leegstand en verrommeling
Politieke partijen in ons land hebben absoluut geen gemeenschappelijk visie op hoe om te gaan met de verrommeling en leegstand (op dit moment 14 procent van alle kantoren) in ons land. Dat leert een analyse van de verkiezingsprogramma's van de belangrijkste politieke partijen. SBR - kennisplatform voor de bouw - onderzocht hoe een nieuwe regering straks wil omgaan met de problemen die ten grondslag liggen aan de Kantorentop en de oplossingen die nu afgesproken zijn. De twee rechtse partijen lijken weinig met het oplossen van leegstand op te hebben. De VVD gaat voor dynamiek en particulier initiatief bij ruimtelijke ontwikkelingen en de PVV wil kraken verbieden. Leegstand lijkt nog niet echt als probleem ervaren te worden. Heel anders ligt dat bij GroenLinks en de ChristenUnie. Als het gaat om leegstandsheffing, beperken van fiscale mogelijkheden en de ‘openruimteheffing’ zitten de partijen al vrijwel op één lijn en komen ze ook met de meest concrete maatregelen. SBR hoopt dat het gezamenlijk actieprogramma van minister Huizinga, IVBN en Neprom sterk genoeg zal blijken te zijn om een belangrijke stap te kunnen maken in de daadwerkelijke aanpak van leegstand en verrommeling.
Informatie: http:// http://www.sbr.nl/projecten/Herbestemmen_van_leegstaand_vastgoed 

Terugkeer Stadsarchitect
De animo om een stadsarchitect aan te trekken groeit. Kenniscentrum Architectuur Lokaal stimuleert deze trend. Amersfoort, Assen, Best, Enschede, Groningen, Haarlem, Haarlemmermeer en Leiden hebben een stadsarchitect. Delft, Deventer en Hilversum gaan er een benoemen. Venlo en Breda overwegen het. Op 430 gemeenten blijft dat weinig, maar het is een verdubbeling ten opzichte van een half jaar geleden.
Na jarenlange afkalving van afdelingen stedenbouw en een dominante rol voor projectgewijze ontwikkeling, tonen gemeentebesturen nu weer interesse in een bredere advisering over ruimtelijke kwaliteit.
Het kenniscentrum lanceerde vorige week een website waarop alle stadsarchitectachtige functies in Nederland worden geregistreerd en bracht voor bestuurders en raadsleden bovendien een boekje uit met case-studies en adviezen voor de benoeming van een ruimtelijk geweten. Naast een beleidscontext, een historisch perspectief en een reeks beschrijvingen van huidige stadsarchitecten en hun taakopvatting bevat het boekje verslagen van een recente debatreeks over dit onderwerp en contactadressen. Het boekje is op te vragen via: www.stadsarchitecten.nl

Nieuwe brandbeveiligingsverordening
De Wet veiligheidsregio’s treedt waarschijnlijk op 1 oktober 2010 in werking. Daarmee vervalt van rechtswege de huidige brandbeveiligingsverordening. De VNG biedt een nieuwe modelverordening aan, gebaseerd op de Wet veiligheidsregio’s. Deze verordening heeft een tijdelijk karakter en is terughoudend van aard. De Brandweerwet 1985 wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s. Daardoor vervalt de rechtsgrond van de op de Brandweerwet 1985 gebaseerd brandbeveiligingsverordening.

De Wet veiligheidsregio’s kondigt een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) aan over het brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke ruimten, niet zijnde bouwwerken. Deze AMvB neemt als het ware de plaats in van de verordening die hier voorligt. Naar verwachting treedt de AMvB pas medio 2011 werking. Tot die tijd moet in elke gemeente een brandbeveiligingsverordening van kracht zijn. De Raad moet een nieuwe brandbeveiligingsverordening vaststellen. Dit is het gevolg van de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s, de nog niet beschikbare AMvB en het ontbreken van relevant overgangsrecht in de Wet veiligheidsregio’s. De voorliggende modelregeling is, gezien het tijdelijk karakter (tot de inwerkingtreding van de AMvB) terughoudend van aard. 

Column
Actie voor beter beheer
Door Patrick Piepers, projectmanager bij Heijmans Inframanagement



Beheer kan altijd beter, dat zal iedereen onderkennen. Het kwaliteitsniveau en de professionele standaarden kunnen omhoog. Tot zover geen probleem. Maar om te veranderen is extra energie nodig, extra investeringen, dingen uitproberen waarvan de uitkomst van tevoren niet vaststaat. En daar haken sommige mensen af. Het argument is dan vaak: veranderen komt vanzelf, daar hoef je niets speciaals voor te doen. In wezen hebben deze mensen gelijk, alleen dan duurt het wel erg lang. Over twintig jaar hebben we dan het niveau bereikt dat ons nu voor ogen staat.

Bij Heijmans Inframanagement willen we zolang niet wachten. Wij zetten nu stappen om de verandering te versnellen. Het bieden van een passende beheeropleiding is daar een belangrijk onderdeel van. Beheer wordt vaak niet op waarde geschat, zo mag uit het volgende voorbeeld blijken. Een collega van de plantsoenendienst kwam laatst lijkbleek ons kantoor binnen. Terwijl hij aan het schoffelen was, vroeg een voorbijganger of hij soms een taakstraf aan het uitvoeren was. Hij voelde zich behoorlijk ontdaan: kennelijk wordt het onderhouden van openbaar groen gezien als iets wat je kunt overlaten aan taakstraffers.

Juist voor dit type werk bieden we nu een complete opleiding aan. In onderwijsjargon is dit een zogeheten BBL (beroepsbegeleidende leerweg). In drie jaar wordt de cursist kennis bijgebracht over alle disciplines van het onderhoud, zowel de groene kant als de grijze kant (wegonderhoud en dergelijke) van het vak. Na voltooiing van de opleiding staat er een professional klaar die breed kan worden ingezet. De arbeidskansen van deze persoon stijgen daardoor en voor de bedrijfsvoering geeft de brede inzetbaarheid de nodige speelruimte; inwerkperiodes voor een nieuwe klus zijn niet meer nodig. Bovendien kan deze beroepsgroep wel wat verjonging gebruiken, niet alleen bij Heijmans: een groot deel van de medewerkers is boven de veertig jaar.

Ik hoop dat er ook andere beheerbedrijven zijn die dergelijke opleidingen gaan verzorgen. Zo kan er een grote vijver aan goed opgeleide beheerders ontstaan en dat is goed voor iedereen: voor de werknemers, voor het bedrijf en niet te vergeten voor de klanten die straks kunnen genieten van een professioneel beheerde openbare ruimte tegen redelijke kosten. Vraag is alleen: wilt u daar twintig jaar op wachten of gaan we actie ondernemen om dit veel eerder werkelijkheid te laten worden?

Stelling:

Innovatie in het beheer van de openbare ruimte dreigt tot stilstand te komen.

Peter A.M. van Boekel, Commercieel Manager ARCADIS Nederland BV

In mijn ogen is dat niet waar. ARCADIS heeft 22 juni 2010 een hele conferentie gewijd aan 'trends in modern beheer en onderhoud'. Daar werd duidelijk dat de innovaties wel steeds meer door externe factoren bepaald worden. Denk aan demografische factoren als vergrijzing en krimp van de bevolking. Denk aan economische factoren, de uitdaging van de bezuinigingen. En denk bijvoorbeeld aan ambities op het gebied van duurzaamheid.
Juist dit soort extern bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen bepalen dat je meer moet doen met minder mensen, dat je anders moet omgaan met je burgers en dat je op een andere manier moet omgaan met je openbare ruimte.
De innovaties zitten met name in het werken met prestatiecontracten, van uitvoeringsgericht naar life-cycle denken en het verder professionaliseren van je organisatie. Dit kan prima worden ondersteund met state of the art tooling als moderne beheersystemen en het optimaliseren van werkprocessen. Innoveren, je moet wel!

Theus van den Broek, Teammanager/Adviseur/Trainer Oranjewoud

Mijn ervaring is juist, dat er ontzettend veel gebeurt. Beheren blijft een kwestie van techniek. Veel innovaties zijn gericht op het verhogen van de duurzaamheid, denk aan relining van riolering en led-verlichting. De grote stappen worden gemaakt in proces en organisatie. De rol van de beheerder is snel groter geworden. Hij evolueert van onderhouder naar partner:
- bij het bewust (her)ontwikkelen van publieke ruimte (Lifecycle-benadering)
- bij de hele datawarehouse van de gemeente (BGT, Inspire, WION)
- in gemeentebrede programma's (leefbare omgeving)
- naar de burger (participatie, transfer beheertaken)
- als regisseur van marktpartijen (asset management)
De beheerder is nadrukkelijk onderdeel van de systeemveranderingen in de publieke ruimte. Deze innovaties zijn niet altijd meteen zichtbaar, de vruchten plukken we later.

Harm Jan Korthals Altes, senior adviseur sociaal veilig ontwerp en beheer, en Conradine de Reus, senior projectmanager beheer openbare ruimte, DHV BV

Als we daarmee bedoelen dat de innovatie in materialen tot stilstand komt, hoeft dat helemaal niet erg te zijn! Er is de laatste jaren een veelheid aan materialen en producten in de openbare ruimte toegepast. Maar wordt de burger daar gelukkiger van? Het maakt het beheer soms inefficiënt en duur.

We staan aan de vooravond van andere aandachtvelden; we kunnen gaan omschakelen van technisch specificeren naar functioneel specificeren. Een speelvoorziening realiseren is dan niet denken in speeltoestellen, maar in het realiseren van speelwaarde. Als dat met traditionele en goedkope materialen kan, prima! Bovendien hebben we in z’n algemeenheid een opgave in duurzaamheid. Innovatie, voor zover die nog nodig is, zal gericht moeten zijn op verduurzamen van de totale openbare ruimte. Slim omgaan met materiaal, nastreven van multifunctionaliteit en spaarzaam inzetten van middelen horen in die gedachtegang.