STADSWERK / NIEUWS / #2 / AUG 08
Kritisch rapport over dienstverlening lagere overheden
Teer uit de weg
Landelijke regels voor brandveiligheid
Excursie Trienalle 12 september
Recreatiewoningen op de Wadden: permanent wonen verboden
Minister Cramer heeft sinds dit voorjaar gemeenten en provincies de vrijheid gegeven zelf te bepalen of permanente bewoning van recreatiewoningen is toegestaan. Hoe wordt daar op Terschelling over gedacht?

Jos de Jong Pen, Gemeente Terschelling:
Veel mensen hebben belangstelling voor het (permanent) wonen in een recreatieverblijf op de Waddeneilanden. Dit is echter op Terschelling niet toegestaan.
Er zijn een aantal redenen om het permanent wonen in een recreatieverblijf tegen te gaan:
• Er verdwijnen recreatiewoningen waarbij het tekort vaak wordt opgevuld door de verhuur aan recreanten van woningen die juist bestemd zijn voor permanente bewoning.
• Concentraties van permanent bewoonde recreatiewoningen kunnen door het intensievere gebruik tot visuele verloedering van natuurgebieden leiden. Van oorsprong natuurlijk ogende terreinen worden aangekleed met verharde terrassen, garages, schuren/bijgebouwen, siertuinen, hekken of schuttingen zoals deze in woonwijken zijn te vinden.
• Een onevenredige groei van de bevolking heeft grote gevolgen voor de diverse voorzieningen op het eiland die zijn gebaseerd op het normale aantal vaste inwoners. Voorbeelden hiervan zijn de scholen, sportaccommodaties en zorgvoorzieningen.
• Tijdelijke situaties groeien uit tot permanente situaties. Mensen die niet economisch en/of maatschappelijk gebonden zijn kunnen zich vestigen binnen de gemeente Terschelling terwijl dit in strijd is met het huisvestingsbeleid.
• Tenslotte kan een (brand)veiligheidsprobleem ontstaan, omdat er andere bouwtechnische eisen gelden voor recreatieverblijven (logiesfunctie) dan voor verblijven die bedoeld zijn voor permanente bewoning (woonfunctie).
De afzonderlijke Wadden-gemeenten hebben beleid ontwikkeld waarin is vastgesteld hoe zij omgaan met het verbod om in een recreatieverblijf te wonen. Daarbij hanteren zij een peildatum (uiterlijk 1 oktober 2003). Onder bepaalde voorwaarden kunnen bewoners van recreatieverblijven die al voor de peildatum in een recreatieverblijf woonden, in aanmerking komen voor een gedoogbeschikking. Zij mogen er dan op persoonlijke titel blijven wonen. Tegen bewoning ontstaan na de peildatum moet worden opgetreden.
Permanente bewoning van recreatiewoningen: voor of tegen?
BVVW (Belangen Vereniging Vrij Wonen)
Het centrale doel van onze vereniging is om VRIJ WONEN, na jaren van gedogen, te legaliseren.(...)
In heel Nederland wonen tienduizenden mensen in recreatiewoonverblijven, de meesten in een eigen woning én op eigen grond. Helaas verschillen per gemeente en provincie de bestemmingsplannen sterk. Hierdoor dreigt een grote rechtsongelijkheid te ontstaan, als overheden (gemeenten, provincies) besluiten hun jarenlange gedoogbeleid te beëindigen. (...)
Zoals het zich nu laat aanzien, zullen de meeste gemeenten op termijn kiezen voor handhaving van het verbod op permanente bewoning, in die keuze veelal gesteund door hun provinciaal bestuur.
Rien Goedhart, Provincie Gelderland
De provincie blijft tegen onrechtmatige bewoning van recreatiewoningen in kwetsbare (natuur)gebieden en vindt dat gemeenten hiertegen moeten optreden. Kwetsbare gebieden zijn eenvoudigweg niet geschikt voor bewoning, terwijl ze wel gedeetelijk geschikt kunnen zijn voor recreatieve activiteiten. Permanente bewoning van recreatiewoningen in landbouwconcentratiegebieden moet om dezelfde reden worden tegengegaan: de activiteiten van bijvoorbeeld intensieve veehouderij verhouden zich niet tot woonactiviteiten. Denk bijvoorbeeld aan normen rond stankhinder.
Buiten deze twee typen gebieden is het aan gemeenten om te kiezen voor handhaven, het afgeven van persoonsgebonden gedoogbeschikkingen of ontheffingen dan wel legaliseren. De provincie gaat onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor financiële compensatie of belasting bij legalisatie van recreatiewoningen en/of kostenverhaal voor de noodzakelijk procedures.
Hugo Priemus, onderzoeksinstituut OTB, TU Delft
In de Europese Unie zijn Nederland en Denemarken de enige landen die een formeel onderscheid maken tussen reguliere woningen en tweede woningen. Naar mate de pluriformiteit in huishoudenvormen steeds groter wordt en allerlei vormen van Living Apart Together omvat, wordt dit onderscheid steeds zinlozer en wordt handhaving van zo’n beleid steeds meer een middel dat erger is dan de kwaal. (...)
Er zijn goede redenen om waardevolle landschappen en ecologische waardevolle gebieden te identificeren en in het algemeen een ruimtelijk beleid te voeren dat deze gebieden vrijwaart voor gebouwen. Maar hierbij maakt het vanuit natuurbeschermings- en landschapsoverwegingen niets uit of het gaat om reguliere woningen of recreatiewoningen die door achtereenvolgende huishoudens tijdelijk worden bewoond. Het gaat om het vrijwaren van beschermde gebieden voor bouwactiviteiten. (...)
Het kabinet doet er goed aan om in het algemeen het formele onderscheid tussen reguliere woning en recreatiewoning te schrappen. Alleen in duidelijk omschreven gevallen (commerciële complexgewijze exploitatie van bestaande recreatiewoningen) kunnen uitzonderingen worden gemaakt, zoals dit ook geldt voor hotels.
Kritisch rapport over dienstverlening lagere overheden
In opdracht van de BNA (Bond voor Nederlandse Architecten) heeft het Economisch Instituut voor Bouwnijverheid (EIB) onderzocht hoe architecten in hun dagelijkse praktijk de dienstverlening door lagere overheden en het bestuurlijk proces rond het bouwproces ervaren. De BNA wilde dit onderzoek omdat er geregeld signalen van leden binnenkomen die zowel op kwalitatieve als kwantitatieve problemen bij zowel de vergunningsprocedures als bestuurlijke processen duiden.
Het onderzoek bevestigt deze signalen in grote lijnen. De kwaliteit van de dienstverlening van gemeenten bij afhandeling en beoordeling van bouwplannen en bouwvergunningaanvragen wordt door 40 procent van de bureaus als slecht of zeer slecht beoordeeld. Daarnaast beoordeelt 49 procent die weliswaar niet als slecht, maar ook niet als goed, terwijl slechts 11 procent de kwaliteit van de dienstverlening goed vindt. Problemen worden vooral ervaren bij de toetsing van de bouwaanvraag aan het bestemmingsplan, het Bouwbesluit, eisen van brandveiligheid en in iets mindere mate ook aan eisen van welstand. Vaak gaat her hierbij overigens om verschillen van mening over de interpretatie van de regelgeving.
Teer uit de weg
Een tiental wegbeheerders heeft onlangs onder het toeziend oog van minister Cramer (VROM) de Code Milieu Verantwoord Wegbeheer ondertekend. Met de code geven minister en wegbeheerders aan dat alle teer die vrijkomt bij het opbreken van asfaltlagen in een weg uit de keten moet verdwijnen. Tevens zetten zij zich hiermee in voor naleving van de in CROW-publicatie 210 vastgelegde ‘Richtlijn omgaan met teerhoudend asfalt’.
In het verleden is op grote schaal teer verwerkt in asfalt. Sinds echter bekend is dat polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in teer kankerverwekkend zijn, verbieden nationale en Europese regels de toepassing van teer en teerproducten in de wegenbouw. Dit verbod dateert uit 1990. Bij sloop en onderhoud komt sindsdien elk jaar weer een kleine één miljoen ton teerhoudend asfalt vrij dat voor die tijd in de weg is verwerkt, in de vorm van granulaat (teerhoudend asfaltgranulaat, TAG) en teerhoudende slijtlagen. De technische mogelijkheden en de faciliteiten om het teer uit de keten te halen zijn gelukkig beschikbaar in ons land.
Veilig en milieuverantwoord verwerken, gebeurt door selectief verwijderen uit de weg, afvoeren naar een vergunde (thermische) verwerkingsinstallatie en hergebruik van het gereinigde materiaal.
Landelijke regels voor brandveiligheid
De ministerraad heeft op voorstel van minister Vogelaar voor Wonen, Wijken en Integratie besloten dat voor iedere gemeente de brandveiligheidseisen voor gebouwen gelijk moeten zijn. Daarmee komt een eind aan onnodige verschillen tussen plaatselijke bouwverordeningen. Deze regels zijn opgenomen in het Gebruiksbesluit en gaan op 1 oktober 2008 in.
Het Gebruiksbesluit hanteert grotendeels dezelfde brandveiligheidsregels als de Modelbouwverordening van de VNG. In afwijking daarvan wordt de controlefrequentie van (aanvullende) mobiele brandblusapparaten verlengd naar eens per twee jaar. Dat scheelt administratieve lasten voor bedrijven. Verlenging van de controlefrequentie van mobiele blusapparaten gaat niet ten koste van de brandveiligheid, zo blijkt ook in andere landen. De jaarlijkse controle van vaste brandhaspels blijft. Nieuw zijn ook uniforme regels bij kamerverhuur en voor de opslag van niet-milieugevaarlijke brandbare stoffen, zoals hout.
Excursie Trienalle 12 september
Speciaal voor Stadswerk-leden (GNL), leden Groenforum Nederland én leden Grenzenloos Groen organiseert de Gemeente Apeldoorn op vrijdag 12 september een excursie naar de Trienalle voor Tuin en Landschap.
Binnen de Trienalle (t/m 28 september) staat het thema tuin- en landschapsarchitectuur en de betekenis ervan op de inrichting van onze leefomgeving en cultuur centraal. De Triënnale bestaat uit een groot aantal componenten, zoals tentoonstellingen rond de relatie kunst-landschap, een tentoonstelling over de canon van de 60 belangrijkste Nederlandse landschappen, tentoonstellingen over de ontwikkeling en belangrijke thema’s van de tuin- en landschapsarchitectuur en de prachtige bloemborders van de Royal Mile. Verder zijn er in de stad op allerlei plekken kleinere en grotere verrijkingen aangebracht in de openbare ruimte door bewoners, kunstenaars en bedrijven.
Wat zit er in het
programma?
Het programma ziet er als volgt uit:
- 09.30 u koffie+ontvangst in de Nettenfabriek
- 11.00 u naar keuze: Paleis het Loo of CODA museum
- 13.00 u lunch in Royal Village in park Berg en Bos
- 14.00 u bezoek aan Royal Mile
- 15.30 u afsluiting
- 16.30 u retour station NS via parkeergarage
Optie: afhankelijk van de weersomstandigheden passen wij een fietsexcursie in het programma.
Bij voldoende belangstelling herhalen we de excursie op vrijdag 19 sept.
De Nettenfabriek
Cluster van vier tentoonstelling, bestaande uit:
- onzichtbaar werk: gaat over werk- en inspiratiebronnen van de landschapsarchitecten Patrick McGabe en Michael van Gessel
- de canon van het nederlandse landschap: een overzicht van de 60 belangrijkste nederlandse landschappen
- power of place: een inzending van het fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst
- nieuwe oogst: inzendingen van scholen over de leefomgeving.
Paleis het Loo
Landschappen van verbeelding: unieke en originele ontwerptekeningen van landschappen in Europa.
CODA museum
De ontdekking van Nederland: door Henk van Os samengestelde tentoonstelling met 40 topstukken over hoe de Nederlandse schilders ons hebben geholpen om het landschap te ontdekken.
Park Berg en Bos: Royal Mile
Een koninklijke border van ruim 1600 meter met vaste en eenjarige planten. Onder leiding van Jacqueline van der Kloet samengesteld door gerenommeerde internationale borderontwerpers.
Vervoer
Mensen die met de auto komen kunnen parkeren ter plaatse van de parkeergarage Museum+centrum (zie gele aanduidingen P-Triennale op routeborden). Van hieruit is het ca 10 minuten lopen van de Nettenfabriek naast het NS station. Mensen die met de trein komen kunnen uitstappen op station Apeldoorn-centraal en van daaruit naar de Nettenfabriek lopen. (ca 200 m).
Meer info/Aanmelden:
Informatie over de Triënnale: www.triennale.nl
Voor meer informatie over kosten en aanmelding: Afdeling Groen, gemeente Apeldoorn, tel. 055 5801743
Aanmelden of vragen? Mail ons!