ACTUEEL
DE VERENIGING
MEET & GREET
WORD LID
CARRIERE
TIJDSCHRIFT

STADSWERK / NIEUWS / #2 / MAART 09

Stadswerk en duurzaamheid
Provincies investeren in regionale economie
Handreiking Watertoetsproces vernieuwd én digitaal

Column:
Klimaat = Economie
Door Bob Meulmeester, Stout groep



Hoe mooi je klimaatambities als gemeente ook zijn, de bijdrage aan het mondiale klimaatprobleem is hooguit symbolisch. Ik overdrijf niet als ik zeg dat vele tientallen Nederlandse gemeenten rond 2020 (soms iets eerder, soms wat later) klimaatneutraal willen zijn of de uitstoot van CO2 met pak ‘m beet 30 tot 40 procent willen terugbrengen binnen een jaar of twintig. Prachtig allemaal maar als je gelijktijdig bedenkt dat er in China elke maand vijf nieuwe kolencentrales worden geopend en er in dat land dagelijks 7,1 miljoen vaten olie doorheen worden gejaagd, zijn de gemeentelijke klimaatdruppels uit Nederland al verdampt voor ze op de mondiale gloeiende plaat zijn terechtgekomen. Want crisis of niet, de economie van China blijft groeien. In plaats van 10 procent is dat nu (maart 2009) 'slechts' 8 procent. En dan laat ik de ontwikkelingen in India nog maar even buiten beschouwing.

Zijn we als Nederlandse gemeenten dan verkeerd bezig? Nee, we zijn zeker op de goede weg. Door lokale duurzame innovatieve ontwikkelingen te stimuleren, kun je een impuls geven aan de lokale economie. Maar kijk dan wel wat het oplevert. Het geld dat je investeert moet zich ook terugverdienen in nieuwe banen (op z’n minst niet minder banen).
Probleem is echter dat veel innovatieve klimaatmaatregelen pas over enkele jaren effect hebben in de vorm van meer werkgelegenheid. Een optie die op korte termijn positief is voor zowel de economie als het klimaat- en energiebeleid is het extra stimuleren van energiebesparing in woningen en kantoren. Dit leidt onmiddellijk tot een investeringsimpuls, waarmee bovendien de doelstellingen op het gebied van energiebesparing en klimaat dichterbij komen.
Als je bovendien bedenkt dat de wereld om ons heen enorme behoefte heeft aan klimaatkennis en -technologie, met volop exportkansen, dan zal het Nederlandse klimaatbeleid ook vooral kansen moeten bieden voor economisch herstel en groei.



Stelling: Gemeentelijk klimaatbeleid wordt tamelijk willekeurig vormgegeven


Katrien Bijl (Tauw
Deze stelling geldt vooral voor kleinere gemeenten. Bij grote gemeenten merken wij dat klimaatbeleid, met name op het gebied van mitigatie, steeds gestructureerder wordt vormgegeven. Zo worden de initiatieven op het gebied van klimaat steeds meer centraal aangestuurd, door bijvoorbeeld het aanstellen van een klimaatcoördinator. Ook worden meer mensen en financiële middelen ingezet om klimaatprojecten uit te voeren. Dit leidt ertoe dat klimaatbeleid bij grotere gemeenten steeds meer een integraal onderdeel aan het worden is van de gemeentelijke organisatie.
Voor kleinere gemeenten, met vaak minder capaciteit en budget, ligt dit anders. Zij hebben in veel gevallen nog geen klimaatbeleid vormgegeven. Hoewel de BANS- en SLOK-subsidies financieel bijdragen aan het kunnen opstarten van klimaatprojecten is het probleem hier het ontbreken van een centrale regie en van voldoende capaciteit. Nog meer dan bij de grotere gemeenten, die vaak al een centraal aanspreekpunt hebben voor klimaat, ligt hier dus een opgave om klimaatverandering te verinnerlijken in de gemeentelijke organisatie.


Marleen Kaptein (Stichting E.V.A.)
De stelling roept vooral vragen op. Wat betekent ‘gemeentelijk klimaatbeleid’ eigenlijk? Zijn er landelijke richtlijnen voor of is het nog een pionierverhaal van bevlogen individuen? Gaat het om droge voeten over twintig jaar, om bouwen van woningen die energie leveren in plaats van gebruiken, of om verbreiden van kennis en kunde en zien hoe we met elkaar op lange termijn problemen aanpakken? Er is behoefte aan ‘leiderschap’, aan voorbeelden, kennisontwikkeling, weten waar we heen moeten en met wie…
Ik ben het helaas met de stelling eens. Vormgeving van gemeentelijk klimaatbeleid is voorlopig nog een zaak van bewuste mensen, die elkaar binnen gemeenten, instellingen en politiek weten te vinden, inspireren en versterken. Die mensen werken nu aan toekomstig beleid.

Elianne Demollin-Schneiders (projectmanager Nieuwe Energie Parkstad Limburg)
Ik ben het gedeeltelijk met de stelling eens. Enerzijds zie je dat gemeentelijk klimaatbeleid steeds beter gestructureerd wordt. De ministeries van VROM en EZ (Economische Zaken) en met name SenterNovem spelen daar een belangrijke rol in door handreikingen voor gemeentes uit te brengen. Verder zie je dat grote milieuadviesbureaus een uniformerende werking hebben: ze bieden vaak dezelfde 'gereedschapskist' aan met dezelfde keuzecriteria. Maar dan met een lokaal sausje eroverheen, afhankelijk van de uitkomst van workshops. Dat hoeft naar mijn mening helemaal niet verkeerd te zijn. Zolang het maar wel goed doordacht is. En dát is helaas niet altijd het geval. Soms wordt er gewoon maar wat op papier gezet, terwijl je, als je er even over zou nadenken, weet dat het volstrekt onhaalbaar is. In die zin moet ik het in sommige gevallen wel met de stelling eens zijn: niet zomaar wat opschrijven alstublieft, maar eerst nadenken wat dat in praktijk betekent en of het haalbaar is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stadswerk en duurzaamheid
Het thema duurzaamheid staat bij Stadswerk hoog op de agenda. Het is onder meer het onderwerp van de GNLstudiedagen. Deze studiedagen zijn gepland op 28 oktober en 5 en 13 november. Noteer ze vast in uw agenda. Daarnaast is duurzaamheid één van de jaarthema’s van de vereniging Stadswerk. We houden u op de hoogte van de activiteiten die met betrekking tot dit thema zullen worden georganiseerd.
Naar boven


Provincies investeren in regionale economie
Om de economische crisis aan te pakken investeren provincies op korte termijn vele honderden miljoenen extra in de regionale economie. Zo blijkt uit een onderzoek van het IPO (Interprovinciaal Overleg), het samenwerkingsverband van de provincies.Met het omvangrijke pakket voldoen de provincies aan het indringend verzoek van het kabinet mee te helpen uit de economische problemen te komen. Het gaat in totaal om een impuls van bijna 900 miljoen euro.Het gaat om een zeer gevarieerde reeks van kleinere en grote maatregelen, die snel (in 2009 en 2010) een positief effect hebben op de regionale economie. De maatregelen in de IPO-inventarisatie voldoen aan de drie criteria die het kabinet daarvoor heeft geformuleerd: tijdigheid; tijdelijkheid en trefzekerheid.

Uit de inventarisatie blijkt dat de provincies elk een eigen aanpak hebben gekozen, die aansluit bij regionale kansen en mogelijkheden. Het gaat daarbij voor een belangrijk deel om investeringen in de regionale infrastructuur. Daarnaast worden op grote schaal bedrijventerreinen geherstructureerd. Veel provincies stimuleren energiebesparing en investeren in duurzame energiebronnen. Andere maatregelen richten zich op de restauratie van monumenten en op het stimuleren van de arbeidsmarkt. Ook veel aandacht is er in de stimuleringspakketten van een aantal provincies voor het weer op gang brengen van de woningbouwproductie.
Informatie: www.ipo.nl
Naar boven


Handreiking Watertoetsproces vernieuwd én digitaal
De nieuwe Handreiking Watertoetsproces, dat naar verwachting in juli wordt vastgesteld, is een praktische digitale gids met voor elke planvorm en elk ruimtelijk instrument een eigen startpunt. De gebruiker komt zo snel bij de stof die hij wil raadplegen. Naast informatie over de formele procedures biedt de vernieuwde handreiking ook ervaringen van waterbeheerders en ruimtelijke ontwikkelaars die al langer in de sfeer van de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) werken. Middels de nieuwsbrief Watertoetsproces wordt men automatisch op de hoogte gesteld van de laatste ontwikkelingen

De redactie staat open voor opmerkingen en aanvullingen op de tekst van de website. Daarnaast is men op zoek naar méér instructieve voorbeelden uit de watertoetspraktijk.
Informatie: http://www.helpdeskwater.nl/watertoetsproces 
Naar boven