STADSWERK / NIEUWS / #4 / MEI 09
Criteria voor duurzaam inkopen klaar
Methodiek voor bevolkingskrimp
Brandveiligheid van gebouwen
Column:
De professional anno 2009: verbindingsagent als core business
Door Huib Haccoû, Lector RO en Milieukunde, Saxion Hogescholen Deventer

Professionals in de openbare ruimte koesteren nog wel eens nostalgische gevoelens. Vroeger was hun vak veel eenvoudiger. Plannen maken, dat deden ze top-down. De overheid was sturend en zette een heldere visie neer. Deskundigen deden de rest: op basis van expertkennis van architecten, stedenbouwkundigen, bodemkundigen en hydrologen werd een plan gemaakt. En wat werd gepland, dat werd ook uitgevoerd.
Veranderingen in de maatschappij maken ruimtelijke planvorming echter steeds ingewikkelder. Een duurzame toename van de kwaliteit van gebieden vereist vooral een duurzame inzet van een netwerk van partijen en over de grenzen van fysiek, sociaal en economisch heen. Nieuw ondernemerschap, investeringen van bewoners en sociale verbondenheid en inzet zijn cruciale factoren voor effectieve gebiedsontwikkeling.
Vooral de inzet van verbindingsagenten tussen de partijen blijkt een belangrijke bijdrage te leveren aan effectieve gebiedsontwikkeling. De verbindingsagenten - de tot core business geworden functie van de ruimtelijke professional - die in aantal toenemen en in competentie groeien, en er steeds vaker in slagen om mooie mandjes van projecten tussen de partijen te ontwikkelen. Aldus bestuurskundige Geert Teisman van de Erasmus Universiteit.
Professionals kunnen zich inmiddels prima vinden in hun nieuwe rol. Maar er is nog wel een zoektocht gaande naar geschikte methoden en technieken om vat te krijgen op het complexe speelveld. Daar komen kennisvragen uit voort, bijvoorbeeld: Wat betekent dit idee voor de verkeersdrukte? Welke invloed heeft dit op ecologische waarden? Is het financieel haalbaar?
Het lijkt logisch om daarvoor een beroep te doen op allerlei innovaties in de Geo-ICT. Het kan data leveren, maar het kan ook ideeën prikkelen en argumenten ondersteunen.
Het veranderende karakter van ruimtelijke planning heeft ook zijn weerslag op het onderwijs. Dat is steeds meer gericht op omgang met mensen, en minder op omgang met informatie. Een inventarisatie laat zien dat de meeste universitaire planningsopleidingen in Nederland slechts marginaal aandacht besteden aan modellen, GIS (Geografische InformatieSystemen) en andere digitale technieken. Ook hier valt nog veel te winnen. Bijvoorbeeld door studenten niet alleen Geo-ICT-instrumenten te laten uitproberen, maar ze er ook kritisch op te laten reflecteren.
Geo-ICT gaat -de naam zegt het al- over plekken. In de huidige en toekomstige planningspraktijk, die gekenmerkt wordt door interactie, decentralisatie en democratisering, worden mensen steeds belangrijker. Hun acties, gevoelens, ideeën, wensen en ervaringen vormen de basis voor planvorming. Ruimtelijke planning is steeds meer een politiek proces geworden. Het goede daarvan is, dat er meer aandacht wordt besteed aan de stem van veel verschillende belanghebbenden. Het democratisch gehalte van besluitvorming neemt toe. Het brengt wel het risico met zich mee, dat strategieën en belangenstrijd de inhoud doen ondersneeuwen. Geo-ICT kan dit risico verkleinen bijvoorbeeld gevoelens in kaart te brengen (‘wat vinden mensen van een bepaalde plek?’) en meer mensen in staat te stellen om hun ideeën te uiten (bijvoorbeeld via interactieve websites). Geo-ICT gaat dan niet alleen over plekken, maar vooral ook over mensen.
Stelling: De beroepsgroep heeft dringend behoefte aan een standaard opleiding
Brigitta Methorst (CAH Dronten)
Er zijn een aantal kennisvelden waar iedere professional mee te maken heeft: opdrachtgever- en opdrachtnemerschap, aanbesteden, interne organisatie, projectmanagement en persoonlijke ontwikkeling. In onze opleiding Management Buitenruimte komen al deze vaardigheden aan bod. De opleiding bestrijkt een breed werkveld en dat hebben we bewust zo gekozen. Juist nu ruimtelijke opgaven complexer worden en meer samenwerking vragen, is het belangrijk dat mensen van alle markten thuis zijn en zich kunnen inleven in elkaars werelden.
Ik merk ook dat er zowel vanuit de werkgever als vanuit de mensen die een opleiding willen volgen, behoefte is aan een soort kwaliteitsborging voor diploma's. Dat je zeker weet dat je goed beslagen ten ijs komt als je de opleiding hebt gevolgd.
In die zin is er dus dringend behoefte aan een standaard. Maar binnen die standaard moet wel ruimte zijn voor maatwerk en de mogelijkheid om de opgedane vaardigheden te vertalen naar de eigen werksituatie.
Robert-Jan van den Berg (CROW)
Het moge duidelijk zijn dat standaardisatie een stevige bijdrage levert aan verbetering van communicatie tussen de professionals onderling maar ook daarbuiten. Eenduidige uitgangspunten definiëren op basis van kennis en ervaring en vervolgens als een breed gedragen standaard aan anderen overdragen. Met bovengenoemde argumenten staat vast dat de beroepsgroep dringend met standaard 'gereedschap' aan de gang wil. Dit is de sleutel naar goede samenwerking en kennisoverdracht van professional voor professional. De beroepsgroep heeft behoefte aan spreken met dezelfde 'taal'. Het ontwikkelen en volgen van een standaard opleiding staat daar borg voor.
Ir. Paul G. Zijlstra (Academie voor Bouw en Infra)
In de rol van Gebiedsmanager (hbo) is de fysieke leefomgeving niet meer te onderscheiden in vaktechnische segmenten. Uiteraard zijn erop dat niveau vakinhoudelijke zaken te onderscheiden - en dus te leren - (bijvoorbeeld op het gebied van projectontwikkeling of kostenmanagement) maar de nadruk ligt toch op vaardigheden als opdrachtgeverschap, contractvorming, oordeelsvorming en besliskracht en bovenal uitstekende sociale en communicatieve bekwaamheden.
De onontbeerlijke ‘vaktechnische’ basis wordt geacht te zijn gelegd in de verschillende MBO opleidingen. De opleidingen Middenkaderfunctionaris Infratechniek, Verkeer en Stedenbouw, Bouwkunde, Cultuurtechniek leveren het fundament om als beginnende specialistische beroepsbeoefenaar in de fysieke leefomgeving aan de slag te gaan.
Onder de noemer De beroepspraktijk is de beste leeromgeving zullen voor diegenen die daarvoor openstaan ambities worden opgewekt die samenhangen met o.a. de ervaring, persoonlijkheidsontwikkeling, aard van en mogelijkheden binnen de werkomgeving.
Zij die een ambitie hebben voor een functie als generalistische regisseur/rentmeester/opdrachtgever in de fysieke leefomgeving is ‘doorleren’ in de oorspronkelijke vaktechnische richting niet opportuun.
Criteria voor duurzaam inkopen klaar
'De overheid moet het goede voorbeeld geven door kritisch te kijken naar wat zij inkoopt. Met deze criteria kan iedereen aan de slag. Nu al wordt daarmee de uitstoot van 3 megaton CO2 vermeden.' Aldus minister Cramer van Ruimte en Milieu bij de overhandiging van de criteria voor duurzaam inkopen op 23 april in Nieuwspoort.
De Stuurgroep Duurzaam Inkopen heeft in overleg met inkopers en producenten criteria gemaakt voor alle tachtig productgroepen waarvan de overheid gebruik maakt. Consequente toepassing van deze criteria brengt het doel van het kabinet - 100 procent duurzaam inkopen in 2010 bij de Rijksoverheid - binnen handbereik. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben iets langer tijd nodig om tot 100 procent duurzaam inkopen te komen.
De overheid, die jaarlijks voor zo'n 40 miljard euro inkoopt, wil als grote inkoopmacht zowel de markt voor duurzame producten stimuleren alsmede de innovatie en duurzaamheid in het bedrijfsleven.
Naar boven
Methodiek voor bevolkingskrimp
Het merendeel van de gemeenten krijgt binnen nu en vijftien jaar te maken met een dalend aantal inwoners. Door tijdige onderkenning en op de juiste manier naar de betreffende gebieden te kijken, kunnen kansen worden aangegrepen en risico’s worden vermeden. Ontwerpers hebben hiervoor een methodiek ontwikkeld, die bestuurders en beleidsmakers helpt de juiste keuzes te maken. Deze methodiek, voortgekomen uit Ontwerplab Krimp, staat beschreven in de publicatie Ruimte maken voor krimp en wordt op 13 mei gepresenteerd tijdens een conferentie in het NAi.
Door eigenschappen van een gebied op sociaal-economisch, cultuurhistorisch en ruimtelijk vlak te combineren met trends en die te verbeelden in illustraties en plattegronden wordt in een oogopslag duidelijk waar kansen liggen en waar risico’s kunnen ontstaan.
De Ministeries van VROM en WWI zullen de resultaten uit Ontwerplab Krimp gebruiken voor het actieplan voor krimpgebieden, dat na de zomer wordt gepresenteerd.
Naar boven
Brandveiligheid van gebouwen
De overheid bepaalt de wetten en regels, ondersteunt en zorgt voor naleving van de regels zonder de verantwoordelijkheid van anderen over te nemen. Dat staat in de Visie op brandveiligheid waarmee de ministerraad heeft ingestemd op voorstel van de ministers Ter Horst van Binnenlandse Zaken en Van der Laan voor Wonen, Wijken en Integratie. Van opdrachtgever, architect en bouwbedrijf tot eigenaar, beheerder, bewoner, gemeente, brandweer en verzekeraar, alle betrokkenen moeten zelf de nodige maatregelen treffen om de brandveiligheid te vergroten.
De ministers sturen het stuk naar de Tweede Kamer samen met de eindrapportage van het Actieprogramma Brandveiligheid dat is opgesteld na de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost in oktober 2005. Alle regels en adviezen over brandveiligheid staan op een website. Daarnaast is er een Kenniscentrum gekomen over het toepassen van brandveiligheidsvoorschriften en het brandveilig gebruiken van gebouwen.
Informatie: http://www.allesoverbrandveiligheid.nl
Naar boven