ACTUEEL
DE VERENIGING
MEET & GREET
WORD LID
CARRIERE
TIJDSCHRIFT

Flora- en Faunawet

Het project Flora- en Faunawet ontwikkelt instrumenten voor gemeenten en bedrijven om efficiënt en juridisch correct de Flora- en faunawet toe te passen en geeft hieraan bekendheid via publicaties en bijeenkomsten. De volgende instrumenten zijn beschikbaar:

De gedragscode ‘Ruimtelijke Ontwikkeling & Inrichting’
(looptijd van januari 2011 tot en met december 2015).
• De gedragscode ‘Bestendig Beheer Groenvoorzieningen’
(looptijd van januari 2008 tot en met december 2012).
• Een informatiemap
met de gedragscodes, gebruikershandleidingen en voorbeeld plan van aanpak.
• Een branchecertificering
om de deskundigheden voor het werken met de gedragscodes te borgen.
Ook zijn presentaties en verslagen van studiebijeenkomsten
die de afgelopen jaren zijn gehouden op deze pagina terug te lezen.

Ook via het Stadswerkmagazine houden wij u regelmatig op de hoogte over de natuurwetgeving. Lees hier de al verschenen artikelen
aug 2006 - Werken gemeenten al met de Flora- en faunawet?
feb 2007 - Natura 2000 en gemeenten 
jan 2008 - Natuurwetgeving bij gemeenten
april 2008 - Natuurwetgeving en biodiversiteit
juni 200 - Hoe groenbeheer zorgvuldig kan worden uitgevoerd in bestekken
maart 2011 - Gedragscode RO goedgekeurd, een unieke gedragscode voor iedereen
april 2011 - Flora- en faunamaatregelen nu ook in de nieuwe RAW Standaard bepalingen 2010
mei 2011
- Gedragscode Flora- en faunawet RO ingezet bij woningrenovaties

Voor meer informatie over het Flora- en faunaproject kunt u contact opnemen met Louise Kok.

LET OP: de Flora- en faunawet kent geen afgebakend broedseizoen, maar gaat uit van zorgvuldig handelen.


Gedragscode Ruimtelijke Ontwikkeling en Inrichting 2011

De Flora- en faunawet stelt eisen aan het omgaan met beschermde planten en dieren bij ´
Ruimtelijke Ontwikkeling en Inrichting´. De gedragscode ‘Ruimtelijke Ontwikkeling en Inrichting’ kan worden ingezet om tijdig rekening te houden met natuur in uw planvorming en om het aantoonbaar zorgvuldig handelen vorm te geven, zoals de Flora- en faunawet dit van iedereen vraagt. Door het gebruik van de gedragscode is het aanvragen van een ontheffing in veel gevallen niet meer nodig. De gedragscode is procesgericht en sluit daardoor gemakkelijk aan bij andere processen van bijvoorbeeld de Wabo (Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht) in een gemeentelijke organisatie (o.a. omgevingsvergunning).

Deze gedragscode is bestemd voor iedereen die activiteiten op het vlak van ruimtelijk ontwikkelingen ontplooit ongeacht in welke sector. In de Flora- en faunawet wordt het begrip ruimtelijke ontwikkeling gezien als activiteiten die verandering van leefgebied veroorzaken waardoor de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten veranderd. Naast het ontwikkelen van bouwlocaties en andere nieuwe terreinen vallen daarom ook renovaties, omvormingen en grootschalig onderhoud onder deze gedragscode. Uniek aan deze gedragscode is dat ook het planvormingsproces is opgenomen zodat ook plannen zorgvuldig kunnen worden ontwikkeld en er veel meer aan de voorkant van een project kan worden gestuurd. Dit voorkomt vertragingen en stimuleert behoud van biodiversiteit.

Gemeenten en andere instanties kunnen deze gedragscode zonder aanpassingen toepassen en in hun organisatie implementeren. Goedkeuring van het ministerie van EL&I is dan niet nodig, alleen lokale bestuurlijke vaststelling zodat het als vastgesteld beleid kan fungeren. Daarnaast zorgt een lokaal op maat te maken plan van aanpak voor de verbinding van de gedragscode met uw dagelijkse praktijk.

De gedragscode is gemaakt voor gemeenten, projectontwikkelaars, landschaparchitecten, bos-, water- en natuurbouwers, civiele plannenmakers, werkvoorbereiders en woningbouwverenigingen. Het is een procesgerichte gedragscode die voor vrijwel alle soorten projecten en activiteiten kan worden ingezet en waarbij lokaal maatwerk wordt gegarandeerd.

Indien ook de Gedragscode Bestendig Beheer Groenvoorzieningen wordt toegepast en eventueel andere gedragscodes zoals voor bos- of natuurbeheer is in principe alleen nog een ontheffing nodig indien er bij een ruimtelijke ontwikkeling zwaar beschermde soorten (tabel 3 soorten, jaarrond beschermde vogelnesten) voorkomen en deze door de werkzaamheden negatief worden beïnvloed.


Gedragscode Bestendig Beheer
Groenvoorzieningen 2007
Voor het onderdeel bestendig beheer biedt Stadswerk drie instrumenten:
• Gedragscode Bestendig Beheer Groenvoorzieningen
• Modelleidraad
• Voorbeeld Plan van Aanpak
Wanneer u deze gedragscode van Stadswerk naleeft, bent u ervan verzekerd dat u zorgvuldig handelt conform de
Flora- en faunawet en worden dus de risico’s op overtreding verkleind. Met de in december 2007 door het ministerie van LNV (thans Economische Zaken en Innovatie EL&I) goedgekeurde gedragscode ‘Beheer groenvoorzieningen’ kan het aantal ontheffingsaanvragen van de Flora- en faunawet worden verminderd. Een gedragscode is een generieke ontheffing voor de in de gedragscode genoemde activiteiten voor een periode van 5 jaar. U dient dan wel aantoonbaar volgens gedragscode te werken.

Voor de implementatie van de Flora- en faunawet in een gemeentelijke organisatie – om het werken volgens de gedragscode dus te kunnen aantonen – is de Modelleidraad opgesteld. Dit is document/format wat gevuld moet worden met de lokale gegevens. In een leidraad legt een gemeente haar soorten- en natuurbeleid vast. Met een lokaal vastgestelde leidraad en de goedgekeurde gedragscode ‘Beheer gemeentelijke groenvoorzieningen heeft een gemeente geen verdere goedkeuring van het ministerie van EL&I meer nodig.

Bedrijven – waartoe ook de gemeentelijke uitvoerende diensten worden gerekend - geven op projectniveau verder invulling aan de gedragscode in een Plan van aanpak. Per project wordt daarin aangeven hoe tijdens de uitvoering van werkzaamheden rekening wordt gehouden met de aanwezige beschermde soorten.


Evaluatie gedragscode
Eind 2012 verloopt de goedkeuringstermijn van de gedragscode Beheer Groenvoorzieningen. Het streven is om hem zoveel mogelijk omgewijzigd te verlengen. Voor de evaluatie ervan zijn wij benieuwd naar uw ervaringen.

Informatiemap
De instrumenten voor Beheer heeft Stadswerk gebundeld in de Informatiemap Flora- en Faunawet. U kunt deze bestellen voor € 150,- excl. BTW en verzendkosten. De map bevat:
• Gedragscode Beheer Groenvoorzieningen
• Modelleidraad beheer voor gemeenten
• Gebruikshandleiding voor toepassing gedragscode en leidraad
• Stappenplan en voorbeeld plan van aanpak voor groenbedrijven

N.B. Een map met alle instrumenten, dus inclusief de gedragscode Ruimtelijke Ontwikkeling en Inrichting, voorbeeld plan van aanpak en informatie voor bestekken wordt momenteel gemaakt.

Certificering en opleiding
Voor het werken met de gedragscodes is een bepaalde deskundigheid vereist. In de gedragscodes zijn hiervoor criteria opgenomen. Diverse opleidingsinstanties zoals de Agrarische Opleidingscentra (AOC’s) en HBO-instellingen bieden hiervoor opleidingen aan. Het betreft een doelgerichte opleiding en bijscholing op drie kennisniveaus (bedrijf, unit en ploeg) waarin de kennis van beschermde soorten in relatie tot beheerwerkzaamheden centraal staat. Met een door Stadswerk goedgekeurd certificaat wordt deze deskundigheid aantoonbaar gemaakt en geborgd.


De Flora- en faunawet in vogelvlucht

Sinds 2002 is de Flora- en faunawet van kracht. De wet gaat uit van het beschermingsprincipe. Planten en dieren zijn beschermd tenzij… Dit betekent dat iedereen een zorgplicht heeft voor de in Nederland in het wild levende planten en dieren en voor hun directe leefomgeving. Het belangrijkste onderdeel van de Flora- en faunawet is het verbieden van handelingen die het voortbestaan van planten- en diersoorten in gevaar kunnen brengen.

Om werkzaamheden te kunnen uitvoeren waarbij beschermde soorten of hun leefgebied worden verstoord of in gevaar komen, is ontheffing van de bepalingen in de wet nodig. Voor bepaalde categorieën beschermde soorten kan bij bestendig beheer of bestendig gebruik met een goedgekeurde branchegerichte gedragscode worden gewerkt.
Stadswerk en VHG hebben de handen ineen geslagen om zo'n gedragscode en andere instrumenten voor hun branche te ontwikkelen. De gedragscodes die de Vereniging Stadswerk Nederland ontwikkelde zijn bedoeld om zorgvuldig te kunnen handelen – zoals de wet dat vereist – bij werkzaamheden in Nederland in combinatie met beschermde planten en dieren, inclusief alle vogels.

Wanneer bij werken een gedragscode Flora- en faunawet wordt toegepast kan het aantal aanvragen van ontheffingen beperkt blijven en worden daardoor langdurige procedures voor het aanvragen van ontheffingen voorkomen. Een gedragscode moet door de minister van EL&I worden goedgekeurd. De minister heeft de gedragscode van VHG en Stadswerk goedgekeurd en van toepassing verklaard voor beheer en onderhoud van groen langs infrastructuur, ongeacht wiens eigendom of beheer het is. De gedragscode kan dus wordt gebruikt bij onder andere gemeentelijke groenvoorzieningen, landschappelijke groenvoorzieningen, groen op bedrijventerreinen, groen in (grote) tuinen. De gedragscode Ruimtelijke Ontwikkeling & Inrichting kan worden toegepast op alle typen terreinen en door iedereen.


Ruimtelijke ontwikkeling en inrichting

Dit is een breed scala van grootschalige of kleinschalige activiteiten: aanleg van wegen, bedrijventerreinen, havens of woonwijken, maar ook de bouw van een schuur of de verbouwing van een huis. Het gaat hierbij doorgaans om ingrijpende veranderingen die leiden tot een functieverandering of uiterlijke verandering van het gebied.

In Nederland wordt er continue gewerkt (ruimtelijke ingrepen) aan behoud en de ontwikkeling van een duurzame leefomgeving. Dat betekend automatisch dat er een dagelijks spanningsveld is tussen werkzaamheden en de verboden als genoemd in de Flora- en faunawet, immers mensen, dieren en planten leven in dezelfde omgeving. Dit spanningsveld dient vanzelfsprekend weg genomen te worden en daarvoor zijn “spelregels” bepaald.

In beginsel dient voor uitvoering van ruimtelijke ingrepen met te verwachten negatieve gevolgen voor flora en fauna (overtreding van de verbodsbepalingen) ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen te worden gevraagd bij het ministerie van EL&I op basis van artikel 75 en soms artikel 68 van de Flora en faunawet. Omdat er echter overal in de leefomgeving als snel sprake is van te verwachten negatieve gevolgen voor flora en fauna maar niet direct voor de duurzame instandhouding van soorten is in 2005 de wet aangepast en is het mogelijk om met een gedragscode voor veel soorten een ontheffing voor meerdere jaren te krijgen.


Bestendig beheer

Dit betreft activiteiten waarmee een object duurzaam in stand gehouden wordt door het te beheren en onderhouden, zoals bijvoorbeeld het maaien van gras, snoeien van bomen, opschonen van watergangen, het wassen van ramen, het schilderen van gebouwen, maar bijvoorbeeld het bemesten en beregenen van terreinen. Voor het onderdeel groenvoorzieningen is de gedragscode bestendig beheer gemeentelijke groenvoorzieningen van toepassing.

Let op: het element bestendigheid is cruciaal. Zodra grote veranderingen worden doorgevoerd, zoals toepassing van nieuwe technieken of machines, incidentele evenementen organiseert in leefgebieden van beschermde flora en fauna of ingrijpende grootschalige maatregelen neemt (bijvoorbeeld kaalkap van bos, omvorming van een natuurtype door afgraving, afgraven van duinen, op grote schaal plaggen van een heideveld, uitbaggeren van een (dichtgegroeid ven) of omvorming van gras naar akkerland) is er geen sprake meer van bestendig beheer of gebruik. Deze activiteiten zijn te hanteren conform de activiteiten die onder de categorie ruimtelijke ontwikkeling vallen.


Bestendig gebruik

Dit is een breed scala van activiteiten waarbij op een structurele wijze gebruik gemaakt wordt van de leefomgeving om bijvoorbeeld evenementen te organiseren, te recreëren, te sporten maar ook om bijvoorbeeld flora en fauna te observeren.


Relatie andere natuurwetgeving

Let op, in gebieden die onder de Natuurbeschermingswet (o.a. Natura 2000 gebieden) vallen is in sommige gevallen ook nog een extra vergunning van meestal de provincie nodig. Op de website van Dienst Regelingen van EL&I (
www.drloket.nl) staat een gebiedendatabase waarin de grenzen van de diverse natuurgebieden zijn aangegeven en waar te zien is onder welke bescherming ze vallen.


Relatie Omgevingsvergunning
Sinds oktober 2010 zijn door de invoering van de Wet Algemene Bepalingen Omgeveinsgrecht (Wabo) 27 vergunningen in één omgevingsvergunning samengevoegd. Burgers en andere partijen kunnen nu voor alle vergunningen voor wonen, ruimte, milieu, monumenten en natuur bij één loket terecht met één aanvraagformulier. Bij veel van deze vergunningen - dus ook de omgevingsvergunning - moet de aanvraag worden getoetst aan de Flora- en faunawet om zo te zorgen dat inheemse planten en dieren in stand worden gehouden. Ook de vergunning Natuurbeschermingswet 1998 voor locatiegebonden activiteiten vallen onder de omgevingsvergunning.

Het slopen, renoveren, aanleggen bouwen, verbouwen van gebouwen of andere voorzieningen leidt in bijna alle gevallen tot activiteiten die bedreigend kunnen zijn voor aanwezige beschermde soorten. Ook hier geldt dat op het moment dat bekend is welke soorten aanwezig zijn, ingeschat kan worden of de voorgenomen activiteit nadelig effect heeft op de instandhouding van de soort. Dit geldt zowel voor het aanvragen van een vergunning voor een eenvoudige ingreep zoals het plaatsen van een dakkapel als voor de aanleg van een complete woonwijk.

Wanneer er op een locatie een kolonie/populatie zwaar beschermde soorten aanwezig is kan ook een relatief eenvoudige ingreep een nadelig effect hebben. Denk hierbij aan een lokale populatie vleermuizen of zeldzame en schaarse broedvogels die regionaal erg weinig voorkomen.

Wanneer het afgeven van vergunningen gebonden is aan tijdslimieten, zoals dit bij de omgevingsvergunning bedoeld is, dan is snel kunnen aangeven of er nadelige effecten te verwachten zijn een voorwaarde. Op dat moment nog een onderzoek of inventarisatie naar flora en fauna laten uitvoeren kan daarmee in strijd zijn. Een eventuele ontheffing dient de aanvrager van de vergunning zelf bij het ministerie van EL&I aan te vragen. Bij de omgevingsvergunning toetst het ministerie van EL&I en wordt een verklaring van al of geen bedenking afgegeven zodat de ontheffing in de omgevingsvergunning wordt geïntegreerd.


Broedseizoen

In de Flora- en faunawet worden GEEN DATA genoemd waarop werkzaamheden wel of niet uitgevoerd mogen. Er wordt gevraagd altijd zorgvuldig te handelen. De broed/kraamtijd is daarbij de tijd waarin een soort het meest kwetsbaar is en deze periode kan dus beter ontzien worden. Deze tijd is per soort en per jaar verschillend.

In lokale APV’s of boomverordeningen worden soms wel data genoemd waarop kappen wel of niet is toegestaan. De Flora- en faunawet is echter van dezelfde orde als wanneer je onderweg door rood licht rijdt: degene die het doet krijgt de bon, ongeachte de lokale kapvergunning. Met een eventuele vervolging van de opdrachtgever. Een boom waarin een bewoond nest zit en deze voor 15 maart of 15 juli kappen is dus voor de Flora- en Faunawet strafbaar, een boom kappen na 15 maart zonder nest of andere vaste rust- en verblijfplaats van een beschermde soort (alle vogels zijn beschermd!) niet.