Webinar: De geelpoothoornaar: een integrale aanpak

ProfielfotoKoninklijke Vereniging Stadswerk Nederland 29-06-2026 39 keer bekeken

De geelpoothoornaar is een wespachtige die van nature voorkomt in Zuidoost- en Oost-Azië. De soort staat op de Europese Unielijst van zorgwekkende invasieve uitheemse soorten. Dat betekent dat bestrijding noodzakelijk is en dat verdere verspreiding zoveel mogelijk moet worden voorkomen.

Tijdens dit webinar van Stadswerk, georganiseerd in de Week van de Invasieve Exoten, stond de opkomst van de geelpoothoornaar centraal. Daarbij werd ingegaan op de herkenning en ecologie van de soort, het provinciale beleid, de voorbereiding van gemeenten op de overdracht van verantwoordelijkheden en de praktische uitvoering in de openbare ruimte.

De geelpoothoornaar is blijvend aanwezig
De geelpoothoornaar (voorheen Aziatische hoornaar) is een invasieve exoot die zich sinds 2017 in Nederland verspreidt. Uitroeiing blijkt niet haalbaar. De soort zal zich verder vestigen, waardoor overheden moeten nadenken over een duurzame manier van samenleven en beheersen. De verwachting is dat de verantwoordelijkheid voor de aanpak steeds meer bij gemeenten, terreinbeheerders en andere lokale partijen komt te liggen.

Herkenning en ecologie
De geelpoothoornaar onderscheidt zich van de Europese hoornaar door zijn donkere lichaam, oranje band op het achterlijf en opvallend gele pootuiteinden. De soort bouwt eerst kleine primaire nesten, vaak op beschutte plekken bij gebouwen. Later ontstaan grote secundaire nesten, meestal hoog in bomen.

De hoornaar jaagt op allerlei insecten, waaronder veel honingbijen. Een nest kan volgens onderzoek in Frankrijk meer dan 11 kilo insecten per seizoen verwerken. Hoewel de impact op honingbijen duidelijk zichtbaar is, bestaat nog veel onzekerheid over de effecten op wilde bijen en de bredere biodiversiteit.

Risico’s vooral voor biodiversiteit en veiligheid
Het webinar liet zien dat er verschillende perspectieven bestaan op de ernst van de problematiek. Uit onderzoek dat door kenniscentrum EIS is geanalyseerd, blijkt dat de impact op biodiversiteit, volksgezondheid en economie op nationaal niveau vooralsnog als relatief beperkt wordt beschouwd. Tegelijkertijd benadrukken diverse gemeenten en imkers dat de gevolgen lokaal aanzienlijk kunnen zijn.

Voor de volksgezondheid vormen vooral nesten op risicovolle locaties een aandachtspunt, zoals:

  • scholen;
  • speeltuinen;
  • drukbezochte parken;
  • nesten die laag hangen of uit bomen vallen.

Nieuw provinciaal beleid: van bestrijding naar beheersing
Provincies zijn bezig de aanpak te veranderen. Waar voorheen vrijwel alle nesten werden opgespoord en verwijderd, wordt sinds 2025 steeds meer gewerkt met prioritering.

De focus verschuift naar:

  • nesten in of nabij Natura 2000-gebieden;
  • locaties met verhoogd veiligheidsrisico;
  • bescherming van kwetsbare natuurwaarden.

Na 2027 willen provincies de bestrijding verder afbouwen en zich vooral richten op biodiversiteitsbescherming. Volksgezondheid en veiligheid in de openbare ruimte worden dan in grotere mate een verantwoordelijkheid van gemeenten.

Gemeenten bereiden zich voor op grotere rol
Amsterdam gebruikt de geelpoothoornaar als voorbeeld van een bredere ontwikkeling waarbij gemeenten steeds vaker verantwoordelijk worden voor het beheer van invasieve soorten.

Belangrijke voorbereidingen zijn:

  • inrichting van meldings- en registratiesystemen;
  • vastleggen van verantwoordelijkheden;
  • reserveren van budgetten;
  • ontwikkelen van werkprocessen;
  • samenwerking met GGD, provincie, imkers en beheerders.

De gemeente benadrukt dat dit vraagstuk niet alleen ecologisch is, maar ook raakt aan veiligheid, beheer, communicatie en financiën.

Monitoring van biodiversiteit als basis
Amsterdam beschikt sinds 2021 over uitgebreide biodiversiteitsmonitoring. Hierdoor kan de gemeente veranderingen in insecten- en bijenpopulaties volgen en in de toekomst beter beoordelen welke effecten de geelpoothoornaar daadwerkelijk heeft.

Tot nu toe zijn er nog geen harde conclusies mogelijk over effecten op wilde bijen. Wel worden verschuivingen in soorten waargenomen, bijvoorbeeld een afname van honingbijen en een toename van sommige hommelsoorten.

Praktijkervaringen uit Amsterdam
Vanuit de uitvoering werd duidelijk dat de geelpoothoornaar onderdeel wordt van een bredere aanpak van invasieve soorten en dierplagen, naast onder meer:

  • eikenprocessierups;
  • mediterraan draaigatje;
  • plaagmieren;
  • toekomstige invasieve soorten.

In Amsterdam werden:

  • 8 nesten gevonden in 2024;
  • 35 nesten vastgesteld in 2025;
  • 21 primaire nesten al vroegtijdig gevonden in het lopende seizoen.

Deze sterke groei zorgt voor zorgen over de toekomstige belasting van beheer, budgetten en biodiversiteit.

Samenwerking is essentieel
Een rode draad door het webinar was dat geen enkele organisatie deze opgave alleen kan dragen. Effectieve aanpak vraagt om samenwerking tussen:

  • provincies;
  • gemeenten;
  • imkersverenigingen;
  • terreinbeheerders;
  • GGD’en;
  • kennisorganisaties;
  • bewoners.

Met name de inzet van vrijwilligers en imkers wordt als zeer waardevol beschouwd voor het opsporen van nesten en het gebruik van zendersets.

Belangrijkste conclusies

  • De geelpoothoornaar is blijvend aanwezig in Nederland.
  • Uitroeiing is niet meer realistisch; beheer en risicogerichte bestrijding worden de norm.
  • Provincies bouwen hun rol in bestrijding af en gemeenten krijgen een grotere verantwoordelijkheid.
  • De effecten op biodiversiteit zijn nog niet volledig bekend en vragen verdere monitoring.
  • Veiligheid in de openbare ruimte wordt een belangrijk gemeentelijk aandachtspunt.
  • Vroege signalering, registratie en samenwerking zijn cruciaal voor een effectieve aanpak.
  • Gemeenten doen er verstandig aan nu al beleid, budget en werkprocessen voor te bereiden richting 2028.

Klik hier om dit webinar terug te kijken

 

Cookie-instellingen